Kookplaat aansluiten

Met een inductiekookplaat behaal je ontzettend snel de gewenste temperatuur. De plaat warmt erg snel op, en koelt ook vlug af. Het rendement is bovendien hoog. Er gaat nagenoeg geen warmte verloren want alle energie gaat naar de pot of de pan. Hoe installeer je nu zo'n inductiekookplaat? Deze stappengids helpt je alvast aardig op weg!
##video:zdbbe1945u01_nl##
Voorbereiding
Afmetingen
Bij het installeren van een kookplaat begin je met uit te meten waar deze precies moet komen. In de handleiding van je aangekochte kookplaat zal altijd aangeduid staan wat de minimale afstand tussen spatwand en kookplaat moet zijn.
Kijk ook de montagevoorschriften na voor de uitsparing die je in je werkblad moet maken om de kookplaat te doen passen. Na de aansluiting leg je het kookelement dan gewoon op z'n plaats.
Let op: ventilatie
Een inductiekookplaat heeft een inbouwdiepte tussen 4 en 6 cm. Wanneer je een inductiekookplaat in combinatie met of boven een ander toestel (bijvoorbeeld een inbouwoven) plaatst, moet je zorgen voor een uitsparing van 7 mm voor ventilatie, omdat een inductiekookplaat op vol vermogen zeer warme temperaturen zal genereren.
Werkblad uitzagen
De opening voor de kookplaat teken je af met een potlood en zaag je uit of werk je bij volgens het materiaal van je werkblad. Bij een houten werkblad kan je bijvoorbeeld gewoon met een decoupeerzaag of cirkelzaag werken. Boor eerst een gat in de hoek waar je wil beginnen zagen. Zaag vervolgens langs de afgetekende lijnen. Zo zaag je verder de uitsparing uit. De handigere klusser kan proberen invallend te zagen met een cirkelzaag of invalzaag.
Let op: houd het stuk werkblad dat je aan het uitzagen bent onderaan vast, of zorg op zijn minst voor een steunpunt onderaan, zodat deze niet plots afscheurt onder het eigen gewicht. Daarna kan je aan de slag met de aansluiting.
Aansluiting: aandachtspunten
Een kookplaat sluit je aan op een meerfasige aansluiting. Die bestaat uit een aarding, een neutrale blauwe draad en drie fasedraden (roodbruin, zwart en grijs). Op de kookplaat staat een schema van hoe die kan aangesloten worden. Voor je een inductiekookplaat aansluit, moet je er wel zeker van zijn dat je elektrische installatie hiervoor is uitgerust. De kookplaat krijgt een afzonderlijke stroombaan in de zekeringkast.
Welke kabel?
Voor de vaste voedingsleiding kun je een geschikte XVB-kabel gebruiken. Bij een eenfasige aansluiting van 230 V, beveiligd met een automaat van 32 A, gebruikt men bijvoorbeeld een 3G6-kabel met 3 geleiders van 6 mm², inclusief de aarding. Wordt de kookplaat op een 400 V-net aangesloten met twee fasen en een nulgeleider, met ongeveer 16 A per gebruikte fase, dan kan bijvoorbeeld een 5G2,5-kabel volstaan, mits de aanlegwijze en de voorschriften dit toelaten.
Een kabel van 2,5 mm² mag in een huishoudelijke installatie niet met een automaat van 32 A worden beveiligd. Voor een aansluiting op 3 × 230 V laat je best een elektricien de belasting per geleider afzonderlijk beoordelen.
Welke automaat?
De kookplaat krijgt een eigen automaat. Bij een eenfasige aansluiting op 230 V gebruikt men een tweepolige automaat. Wordt het toestel op drie fasen van een 3 × 230 V-net aangesloten, dan gebruikt men doorgaans een driepolige automaat. Op een 3 × 400 V-net met nulgeleider is een vierpolige uitvoering gebruikelijk.
Niet elke kookplaat gebruikt alle beschikbare fasen. Veel modellen van 7,4 kW werken op een 400 V-net met twee fasen en een nulgeleider. De stroom bedraagt dan ongeveer 16 A per gebruikte fase. Het aansluitschema van het toestel bepaalt welke uitvoering mogelijk is. Een aansluiting op 3 × 230 V zonder nulgeleider is niet hetzelfde en wordt niet door elk model ondersteund.
Wanneer verzwaren?
Een nieuwe inductiekookplaat vereist niet automatisch een zwaardere huisaansluiting. Een eenfasige aansluiting van 230 V en 40 A biedt ongeveer 9,2 kW voor de volledige woning. Een kookplaat van 7,4 kW neemt bij maximaal gebruik dus een groot deel daarvan in.
Laat beoordelen hoeveel vermogen je tegelijk nodig hebt voor de kookplaat, oven en andere grote verbruikers. Soms volstaat een vermogensbegrenzing van de kookplaat of een aangepaste verdeling van de belasting. Volstaat het beschikbare vermogen niet, dan kan een verzwaring via de netbeheerder nodig zijn.
Aansluiting in de muur
Eerst moet de aansluiting in de muur worden geïnstalleerd. Voor een meerfasige aansluiting van je kookplaat zijn er aansluitdozen. Die is voorzien van een afdekplaat met daaronder verbindingspinnen die je kan vast- en losschroeven. In deze pinnen zitten openingen voor het koper van de geleiders.
Daarop sluit je de draden aan van de kabel die van de verdeelkast komt, en in een latere fase ook de draden in de kabel van het aan te sluiten toestel. Er bestaan ook aansluitdozen zonder deze pinnen, in dat geval wordt er met geschikte steekklemmen gewerkt.
Kookplaat verbinden
Het eerste wat je doet, is natuurlijk de juiste zekering uitschakelen. Ben je niet zeker op welke zekering je kookplaat zit? Schakel dan de hoofdschakelaar uit.
Aan de kookplaat
Bij sommige inductiekookplaten wordt een soepel aansluitsnoer meegeleverd, doorgaans zonder stekker. Bij andere modellen moet je dit afzonderlijk voorzien. Volg uiteraard de voorschriften van de fabrikant voor het type snoer en de aansluiting.
Bereid het snoer voor: strip eerst de buitenste mantel met bijvoorbeeld een breekmes. Stel dan je striptang in en maak 1 cm het koper van de draden bloot. Kijk hierbij goed naar welke draad waar hoort. Om ze netjes aan te sluiten, moet je ze in dit geval telkens een beetje korter maken.
Sluit de draden dan aan op je kookplaat met een schroevendraaier. De geelgroene aardingskabel komt bij het symbool van de aarding. De blauwe neutrale komt bij de N. Kan je maar één of twee fasedraden aansluiten, en heb je er drie? Geen zorgen, dan sluit je er maar één of twee aan. Dat zal de werking van de kookplaat niet in de weg staan.
Maak ook dat de grote kabel goed vast zit. Daarvoor is er vaak een klem voorzien. Dek de connecties af met het plaatje en leg de kookplaat terug op zijn plaats. Je moet ze niet vastlijmen of afkitten.
Aan de muur
Verwijder indien nodig eerst de afdekplaat, als je die gemonteerd had. Verwijder vervolgens de buitenste mantel van de kabel en maak de beugel, waarin hij straks moet komen, los. Dan is het slechts een kwestie van de juiste draden aan te sluiten bij elkaar.
De fase die je niet gebruikt, en dus ook niet is aangesloten aan de kookplaat, sluit je logischerwijze hier ook niet aan. Die knip je weg. Strip per draad 1 cm weg van de mantel. Maak dan de bevestigingen los.
De draden sluit je dan aan volgens de kleurcodes in de pinnen. Zorg dat de draden goed tegen elkaar zitten en dat je de connectie terug goed vastschroeft. Bij lasklemmen verbind je ze ook volgens kleur.
Sluit dan de dikke kabel aan op de kabelklem. Maak die ook goed vast zodat de kabel niet meer kan bewegen. Zo vermijd je dat per ongeluk de koperdraden uit de connectie worden getrokken. Als laatste zet je de beschermkap er op. Zo zijn de connecties afgedekt en kan je geen kortsluiting veroorzaken.
Testen
Ben je zeker dat je kookplaat veilig aangesloten is? Zet dan de zekering terug aan. Je kan je kookplaat even testen. Begin met wat water te koken, daarmee doe je geen kwaad



